033. Dirigentenleed 03.

26 februari 2018

Russell Platt, redacteur klassieke muziek bij The New Yorker, publiceerde een ongevraagd advies aan het adres van Yannick Nézet-Séguin, die in deze kolommen al eerder ter sprake kwam. Zie ook de blogs 006 en 009.

Om het in de eigen woorden van Platt weer te geven: Hij zegt:

“Perhaps Nézet-Séguin is just a superior physical specimen but in the several times that I have observed this man I have always come to the same conclusion. If he wants to join the ranks of the historically great conductors he will have to spend more time with less music”.

Dat liegt er niet om.

(met dank aan Slipped Disc)

Een overdruk van het volledige artikel is beschikbaar voor belangstellenden.

Links:
newyorker.com slippedisc.com

032. Concert HKC Amsterdam.

19 februari 2018

Concertdatum 18.02.2018

Het Koninklijk Concertgebouw, Amsterdam

Nederlands Philharmonisch Orkest olv Marc Albrecht

Nelson Goerner, piano

Robert Schumann

Ouverture uit “Genoveva”

Pianoconcert in a op. 54

allegro affettuoso – intermezzo: andantino grazioso – allegro vivace

Symfonie nr. 4 in d, op 120

ziemlich langsam- lebhaft -romanze: ziemlich langsam – scherzo: lebhaft langsam – lebhaft

 

De Ouverture uit “Genoveva” had niet veel te vertellen. Dat klopt want het echte nieuws komt gewoonlijk pas daarna los.

Het pianoconcert was een belevenis. Hier kon ment het ideale samenspel ervaren tussen solist en orkest waarbij de rol van de dirigent maatgevend was. Het woord symbiose is hier op zijn plaats. Duidelijk werd hier ook de grote ervaring van orkest en dirigent in het begeleiden van solisten. Daar heeft het regelmatige optreden bij De Nationale Opera rechtstreeks mee te maken. Marc Albrecht weet de orkestleden feilloos kenbaar te maken wat hij wil.

De symfonie no. 4 stelde teleur. Er was te weinig samenhang in het verloop van het stuk. Daardoor boeide de muziek niet.

Het pianoconcert was een genoegen om naar te luisteren. Vakwerk!

Links:
orkest.nl marcalbrecht.website nelsongoerner.com concertgebouw.nl